Hoe zwaar is werken in de recreatiebranche? In 2005 is naar aanleiding van het arboconvenant een meting gedaan in de sector. Hieruit blijkt:
- De meerderheid van de medewerkers in de verblijfsrecreatie en zweminrichtingen is in hun werk lichamelijk in beweging en moet vaak langdurig staan en lopen. Dit geldt in het bijzonder voor horecamedewerkers en zwembadpersoneel.
- 45% van de medewerkers in de verblijfsrecreatie moet regelmatig lasten van meer dan 5 kilo tillen, dragen, duwen of trekken. In de zweminrichtingen is dit 33% van de medewerkers. Vooral mannen in de techniek en groen moeten in hun werk regelmatig tillen.
- 9% van de medewerkers in de branche (dus zowel verblijfsrecreatie als zweminrichtingen) loopt een verhoogd risico op uitval door het tillen, dragen, duwen of trekken van zware lasten van 25 kilo of meer. Het landelijk gemiddelde in Nederland ligt op 12%.
- Een op de vijf medewerkers blijkt regelmatig te moeten tillen onder verzwarende omstandigheden, zoals:
- tillen in een ongemakkelijke houding
- tillen met één hand
- tillen in een gedraaide houding
- tillen waarbij het gewicht niet dichtbij het lichaam gehouden kan worden.
- Ongeveer een kwart van de medewerkers moet regelmatig lang achtereen in een gebogen of gedraaide houding met het bovenlichaam werken. Vooral vrouwelijke medewerkers in de schoonmaak en zwembaden zeggen regelmatig lang achtereen te moeten werken in een gebogen of gedraaide houding met hun bovenlichaam.
Er blijkt een duidelijke relatie te bestaan tussen het ziekteverzuim en medewerkers die lasten van 5 kilo of meer moeten hanteren. Deze medewerkers melden zich vaker ziek dan andere medewerkers uit de sector.
